lunch: donderdag t/m zondag vanaf 12.30 uur.
Diner: maandag t/m zondag vanaf 17.00 uur
op aanvraag gaan wij eerder open

Zeven eeuwen Kloksteeg 25
'De geschiedenis van een Leids gebouw'

Op 11 september 1121 werd de St. Pieterskerk gewijd door de bisschop van Utrecht. Patroon van de kerk en eigenaar van de grond was de graaf van Holland en Zeeland.
In 1268 deed Floris de Vijfde afstand van zijn rechten en schonk recht en grond aan de Leidse commanderij, een onderdeel van de ridders van de Duitse orde.
Deze bouwen ten zuiden van de kerk een pastorie; het begin van de geschiedenis van het huidige pand, Kloksteeg 25.

Oorspronkelijk van hout met rieten dak maar in de 15e eeuw deels vervangen door steen en leisteen dankzij subsidie van het stadsbestuur. Het gebouw biedt onderdak aan de priesters, hun huishoudster, knechten, kok en priesters in opleiding. Er zijn kamers voor zieken en gasten en er is een gebedsruimte. Zoals alle commanderijen streefde de Leidse commanderij autarkie na. Zij hadden dan ook hun eigen bakkerij, bottelarij, brouwerij, een moestuin, boomgaard en een wijngaard. Er is ook een waterput. Tussen schuurtjes voor turf, hout en gereedschap scharrelen kippen rond.

In de loop van de volgende eeuwen worden gebouwen en grond stukje bij beetje verkocht. In 1339 komt voor de kleine Pieterskerk een grotere versie in de plaats. In 1373 verkleind het terrein door de stichting van de Solomonstempel en 16 jaar later verkoopt de Orde meer dan 20 stukken land om huizen op te bouwen.Zo wordt de tuin kleiner tot zijn huidige 400 m2. De tuin liep oorspronkelijk tot aan de Lange Brug en het Rapenburg.
In 1466 verbouwt commandeur Jacob van Woerdt het gebouw met onder meer een nieuwe keuken en een zaal. Toch is de glorietijd van de Orde voorbij.
In 1592 wordt de Heerenstraat (huidige Herensteeg) aangelegd, nadat al eerder stukken grond aan de stad waren verkocht.

De commanderij blijft echter in financiële problemen. In 1616 word (in 4 percelen) het oostelijk deel van het commandeurshuis verkocht. In 1644 wordt de helft van het resterende gebouw verkocht aan Cornelus van der Schuure. Deze voorziet het pand van een tweede uitgang, welke afgesloten wordt met de Verschuurenpoort, de huidige achteruitgang naar de Heerensteeg. Het laatste stukje commandeurshuis wordt in 1763 verkocht aan Jan d'Avoine die het als biljartkamer in gebruik neemt.
Later zal het Rijks Prentenkabinet deze ruimte als collegezaal gebruiken. J. van Bemmelen, die in 1785 een deel van het huis kocht om er een kostschool te vestigen, koopt de biljartkamer en laat het steegje tussen beide huizen overkoepelen. Deze steeg is nu de gang naar de vestibule.
De dessus-de -porte in de vestibule in Lodewijk de 14e stijl zijn van stucwerk. Het plafond bevat een medaillon met Palmet-motieven. Stadskostschoolhouder Jan Hendrik Nieuwveen, koopt in 1826 voor 500 gulden het links aangrenzende huis. Hij trekt een nieuwe voorgevel op van bruinpaarse handvorm-baksteen in rijnformaat met zeer dunne stoot- en lintvoegen. De daken zijn gedekt met rode en zwarte oud Hollandse pannen. De doorgaande stoep bestaat uit hardstenen platen. De stoeppaden (onderling verbonden door smeed ijzerwerk) en de plint van de gevel zijn van hardsteen. De deuromlijsting met fronten en consoles zijn voornamelijk van hout. De oorspronkelijke bovenlichten van de hoofd- en zij ingang (nu niet meer in gebruik) bevatten elk een raam waarin een cirkel en een ruit verwerkt zijn die de zon als een bron van het leven en de vruchtbaarheid verbeelden.
De rechter voorkamer op de begane grond heeft een eenvoudige rondgaande paneel- lambrisering (87 cm hoog), en een schoorsteenwand betimmering in Lodewijk de 14e stijl. De mantel is van geelachtig marmer, de boezem is versierd met een grauwtje (Pallas en Eros). Een kleurig dessus-de-porte stelt een bacchanaal voor.

Van Ham (de opvolgende eigenaar na Nieuweveen) en daarna van der Meulen waren kostschoolhouders. De kostschool stond zeer goed bekend. De inrichting van Nieuweveen telde in 1829 13 kostdiscipelen van 12 tot 18 jaar waarvan 5 uit het buitenland. Het personeel bestond uit 3 secondanten en 4 dienstboden.
In 1864 was het gebouw zo vervallen dat het 'geschikt' werd voor rijksgebouw. De staat koopt het gebouw voor fl. 7500,76 en vestigt er de Indische school in. Na 10 jaar vertrekt deze school naar Delft. Vervolgens doet Kloksteeg 25 dienst als college gebouw. Volgens een gevelsteen werkte de dichter en hoogleraar Albert Verwey er.

Annie Romijn Verschoor verhaalt in haar memoires over de inspirerende collega's van professor Johan Huizinga in het zelfde gebouw. De universiteit dijt echter uit. Na een verbouwing wordt op 18 juni 1930 Kloksteeg 25 in gebruik genomen door het Rijks Prentenkabinet want het Prentenkabinet, dat al 60 jaar op Rapenburg 71 zit, zocht een grotere ruimte. Het gebouw blijkt echter niet ideaal; tientallen portefeuilles worden aangetast door vocht en schimmel. Een volgende verbouwing volgt.
Door de oorlogsdreiging verhuizen in september 1939 de collecties naar veiliger plaatsen. De functie van het gebouw wordt in grote vierkante letters op de gevel geschilderd 'museum'. Kloksteeg 25 komt ongeschonden uit de oorlog. Onder leiding van professor dr. Hans van der Waal groeit het Prentenkabinet uit tot een kunsthistorisch instituut met een grote bibliotheek, een diapositie verzameling en een reproductie verzameling.

Er komen meer medewerkers, hoogleraren en studenten. Het gebouw wordt in de jaren zestig veel te klein want collecties breidden zich uit. Er komt zelfs een nieuwe collectie 'oude foto's. Waal wilde jonge kunstenaars de kans geven te exposeren. Een mogelijkheid waar kunstenaars als Jan Wolkers, Anton Heyboer en Ed van der Elsken dankbaar gebruik van maakten. Op vrijdagmiddag werd het grote, algemene college kunstgeschiedenis gegeven. (In de wandelgangen het bontjassen college geheten). Behalve studenten kwamen er veelal dames gehuld in bontjassen en voorzien van auto met chauffeur zijn college volgen. Prentenkabinet en de kunsthistorische bibliotheek waren aanvankelijk onverbrekelijk met elkaar verbonden. Materiaal uit de collectie werd betrokken bij de leerplannen voor de studenten. De bibliotheek ging steeds meer ruimte in beslag nemen, ook toen het Prentenkabinet in 1970 verhuisde naar Rapenburg 65.

Ruim 10 jaar later verhuist ook het instituut naar het dan voltooide 'Witte Singel Doelen complex'. Het gebouw aan de Kloksteeg 25 met zo'n rijke en lange historie krijgt dan nieuwe bewoners. Namelijk de wetenschapswinkel, Intergrand, Studium Generale en Mare. Dit totdat op 21 oktober 1997 het Prentenkabinet zijn allereerste bestemming terug krijgt. De tweelingbroers Jan en Henk Versteegen kopen in mei 1997 het pand en restaureren het binnen zes maanden. Daarbij werd nauwkeurig gelet op het behouden van de authentieke sfeer. Op 21 oktober 1997 is het zover. Het Prentenkabinet, als restaurant, wordt door burgemeester Goekoop feestelijk geopend.

Per 1 maart 2002 verandert het restaurant van eigenaar en neemt de heer Martin van der Ham (restaurant 'de Jonge Koekop') het restaurant over.

IN HET ENGELS:

Kloksteeg 25 through seven centuries The history of a Leiden building
  St Peter's Church was consecrated on 11 September 1121 by the Bishop of Utrecht.

The church patron and landlord was the Count of Holland and Zeeland.
In 1268, Count Floris V abdicated his titles and granted land and rights to the Leiden Commandry, a chapter of the Order of Teutonic Knights.

The Commandry built a manse to the south of the church, initiating the history of the present building, Kloksteeg 25. The building was originally made of wood with a thatched roof, but in the 15th century the materials were partly replaced with brick and slate, using a grant from the city fathers. The building accommodated priests, their housekeepers, servants, cooks and acolytes. There were infirmaries, guest rooms and an oratory. Like all other Commandries, the Leiden Commandry promoted self-sufficiency, so they kept their own bakery, bottling hall, brewery, kitchen garden, orchard and vineyard. There was also a well, and chickens foraged between the sheds that held the peat, wood and tools. Over the centuries that followed, buildings and land were sold off piecemeal. The earliest, diminutive St Peter's was replaced with a larger church building in 1339. In 1373, the grounds were further curtailed by the construction of the Solomonstempel and, 16 years later, the Order sold more off than 20 plots for housing, further reducing the gardens to their present extent of 400m2 (4,300 sq. ft). Originally, the gardens had stretched all the way down to the Lange Brug and the Rapenburg. In 1466, Commander Jacob van Woerdt renovated the building, adding a new kitchen and a reception hall. Yet the glory days of the Teutonic Order were by this time already on the wane.

In 1592, the Heerenstraat (the present-day Herensteeg) was constructed following the sale of lands to the city, but the Commandry remained in dire straits financially. In 1616, the eastern wing of the Commander's Lodge was parcelled into four properties and sold off. In 1644, half of the remainder of the building was sold to Cornelus van der Schuure, who improved the house with a second exit, leading down to the Verschuurenpoort (the gate securing it), nowadays the property's rear driveway to the Heerensteeg. The final remainder of the Commander's Lodge was sold to Jan d'Avoine in 1763, who turned it into a billiard hall.

Later, the Rijks Prentenkabinet, a public gallery of prints, would take over this room to use as a lecture hall. J. van Bemmelen, who bought part of the house in 1785 to establish a boarding school, purchased the billiard room and had the passage between the two buildings covered over. This passageway today forms the entrance to the vestibule. The Louis XIV-style dessus-de-porte in the vestibule are made of stucco; the ceiling has a medallion with palmette motifs. Jan Hendrik Nieuwveen, the city boarding school master, bought the adjoining house on the left for 500 guilders in 1826. He erected a new crimson façade of handmade Rhenish brick with very slender lap and edge joints. The roofs were covered with red and black traditional Dutch tiles, while the level doorstep was of bluestone slab. The wrought iron-linked entrance paths, and the plinth of the façade, were also of bluestone.

The doorframe, its frontage and consoles were chiefly of wood. The original transom windows above the main and side entrances (which are no longer in use), each had a pane depicting a circle and diamond, symbolising the sun as source of life and fertility. The right-hand front drawing room on the ground floor featured a simple rounded wainscoting (87cm / 34" high), as well as chimney wall woodwork in Louis XIV style. The mantelpiece was of yellowish marble, its surrounds decorated with a monochrome of Pallas and Eros. A colourful dessus-de-porte depicted a bacchanalia.

Van Ham (the succeeding owner after Nieuweveen), and in turn his own successor Van der Meulen, were boarding school masters. The boarding school had a very good reputation: in 1829, Nieuweveen's establishment had 13 pupils enrolled, between 12 and 18 years of age, five of whom hailed from abroad. The staff included three assistant masters and four matrons. In 1864, the building was found to have become so decrepit that the only 'suitable' purpose left for it was to become a government building. The state bought the property for the sum of 7,500 guilders and 76 cents, to establish a school for Dutch East Indies colonial children. After ten years, this school moved to Delft. Subsequently, Kloksteeg 25 served as a lecture hall.

A plaque commemorates the fact that poet and professor Albert Verwey worked here.

Annie Romijn Verschoor recalls in her memoirs the inspiring colleagues of Professor Johan Huizinga who used to be in the same building. However, the university kept expanding. Following a renovation, Kloksteeg 25 was occupied on on 18 June 1930 by the Rijks Prentenkabinet public gallery of prints. The Prentenkabinet, which had been housed at Rapenburg 71 for the previous 60 years, had been seeking larger premises. The building did not prove to be an ideal move, however: dozens of prints were damaged by damp and mould. A further renovation ensued.

With the threat of war looming, the collections were removed to places of safety in September 1939. The building's innocuous purpose - 'Museum' - was emblazoned on the façade in big block painted letters, and Kloksteeg 25 survived the war unscathed. Under Prof. Dr. Hans van der Waal, the Prentenkabinet developed into an art-historical institute with an extensive library, a slide archive and a collection of reproductions. Ever-increasing numbers of staff, academics and students were joining and the building had become far too small by the sixties, due to the institute's expanding collections. Even an entirely new collection was founded: Old Photographs. Waal was also keen to give young artists a chance to exhibit their work, an offer gratefully taken up by artists such as Jan Wolkers, Anton Heyboer and Ed van der Elsken. The plenary lectures for the General Art History course (nicknamed the 'fur coat lectures') were delivered on Friday afternoons. Besides the regular students, ladies draped in fur coats often arrived in chauffeur-driven cars to attend the luminary's lectures. The Prentenkabinet and the Library of Art History were umbilically linked in their early days, with items from the collection used as subject matter for tuition. The library was taking up more and more space, even when the Prentenkabinet decamped to a new address, Rapenburg 65, in 1970.

A little over ten years later, the Institute, too, moved out; in this case, to the Witte Singel Doelen complex, which had just been completed.

At that point, the premises of Kloksteeg 25, with its rich and ancient history, found itself once again serving new masters: a science shop; the academic internship broker Intergrand; the local branch of the Studium Generale public lecture organisation; and the Leiden University weekly paper, Mare.